9. DE MEGAPOLISSEN EN SLOPPENWIJKEN


Aaneengebouwde steden of dorpen mogen in principe niet groter worden als 1 km2, waarbij langs elke zijde minimaal 1 km2 natuur of landbouwgrond moet liggen. Grotere steden kunnen dan gebouwd worden in dambordstructuur, waarbij de zwarte vakjes de piramidestad of -dorp vertegenwoordigen, en de witte vakjes natuur en landbouwgrond. Elke aaneengebouwde stad van 1 km2 heeft dan aan zijn 4 zijden, 4 km2 natuur om te ontspannen. Als we de achterstands- of sloppenwijken in en bij onze grote steden zouden slopen en gefaseerd herbouwen met piramidesteden, dan zou er ineens heel veel recreatiegroen in diezelfde steden ontstaan. Ook heeft iedereen dan schoon water, sanitair en riolering. Het bouwen van dergelijke piramides is een enorme impuls voor de werkgelegenheid bij die stad, waardoor effectieve armoedebestrijding in de derde wereld mogelijk wordt via leningen door de IMF. Mensen leven dan in zelfstandige autarkische economische eenheden, ook al omdat armere mensen voor hun broodwinning niet langer een auto nodig hebben.



MAQUETTEFOTO 6 - DOORSNEDE


10. IDENTITEIT, INTIMITEIT EN INTEGRATIE


Ondanks het feit dat er geen auto's rijden in de stad, zijn piramidesteden levendig, bruisend en vitaal, terwijl ontspannen in de natuur op maximaal 500 meter mogelijk is. Kinderen kunnen weer veilig op de parkachtige pleinen spelen, en lopend naar school. Er zijn alleen maar gesloten bouwblokken, die intimiteit en sociale veiligheid garanderen. Het woon- en werkoppervlak is ongeveer gelijk, en alles is wandelend of fietsend te doen, desnoods via rolpaden en roltrappen. Pleinsteden geven de behaaglijkheid, die Vinex locaties niet hebben. In tegenstelling tot Vinex locaties zijn piramidesteden gericht op Identiteit (postmoderne kleinschaligheid), Intimiteit (gesloten bouwblokken) en Integratie (van wonen, winkelen, werken, en ontspannen).